Op de camping zit het mooie hem zelden in wat je hebt meegenomen. Drie takjes, een touwtje en een uur tot het eten klaar is, en daar gaat het al. Toch komt er meestal een moment waarop iemand "ik verveel meeeee" roept, vaak net als jij de campingkok wil aanzetten. Hier zijn vijftien spelletjes die werken met bijna niks, voor kinderen van ongeveer 4 tot 12. Verdeeld naar plek en moment, zodat je weet wat je inzet als de zon op zijn hoogst staat of net is verdwenen.
Een goed campingspel vraagt geen voorbereiding, geen kant-en-klaar pakket en geen wifi. Het vraagt soms wat geduld bij een kleintje van vier dat de regels nog niet helemaal volgt, en soms wat sturing bij een tien-plus die alles te kinderachtig vindt. Met een paar simpele aanpassingen doen ze allebei mee. Wil je het bredere plaatje van kamperen met kinderen, kijk dan ook even bij kamperen met kinderen: praktische tips.
Op het open veld of de campingweide
Een leeg stuk gras is goud waard. Geen speeltoestellen nodig, geen lijntjes op de grond, alleen ruimte om te rennen.
1. Stoeptegelloos hinkelen met dennenappels
Verzamel acht dennenappels of platte steentjes en leg ze in een hinkelpatroon op het gras. Het ziet er rommelig uit, en dat is precies de bedoeling: het patroon mag schuin, krom of veel te lang. Kinderen maken hun eigen versie en proberen die van een ander te lopen. Voor de jongste kinderen kun je de hokjes groter maken; voor de oudere juist piepklein zodat het balanceren lastiger wordt.
2. Schaduwtikkertje
Op een zonnige middag is je schaduw je zwakke plek. Wie getikt wordt, is af, maar je mag alleen op iemands schaduw stappen, niet op de persoon zelf. Werkt het beste rond een uur of vier, als de schaduwen lang zijn en de zon niet meer recht boven je hoofd staat. Klein detail dat verschil maakt: een T-shirt met capuchon geeft een gekke schaduw die kinderen geweldig vinden.
3. Takjesgolf
Eรฉn lange tak per kind en een dennenappel als bal. Leg vier "holes" uit (een omgekeerde beker, een steen, een rondje van bladeren) en sla je dennenappel in zo min mogelijk slagen naar elk doel. Kinderen van zes en hoger snappen het meteen, een vierjarige doet vooral mee voor het slaan zelf.
4. Rennen op kleur
Een ouder of oudste kind roept een kleur. Iedereen moet binnen tien seconden iets van die kleur aanraken. Niets in zicht? Dan moet er gerend worden naar de tent of de struik aan de overkant. Houdt zelfs de luidruchtige neefjes een kwartier zoet.
Bij de tent of caravan
Soms wil je dat ze in de buurt blijven. Bijvoorbeeld als de pasta op staat of de baby slaapt. Deze spelletjes vragen weinig ruimte.
5. Touwtje-frรถbel-uitdaging
Eรฉn stuk touw van ongeveer een meter, meer is niet nodig. Je kind moet het touw in tien seconden in een vorm leggen die jij roept: een hart, een huis, een acht, een slang die zichzelf bijt. Wie het oudst is, mag de moeilijkste vormen verzinnen. Werkt ook prima op een kleed bij regen.
6. Wat-zit-er-in-mijn-hand
Een klassieker, maar op de camping krijgt het iets nieuws. Je verzamelt zes natuurspulletjes (eikel, blaadje, dennennaald, klein steentje, stukje schors, grasspriet). Je kind voelt met de ogen dicht en moet raden. Je merkt snel wie รฉcht goed kan voelen en wie meteen begint te giechelen.
7. Pionnen-rugbal
Twee lege flesjes als pionnen, op een meter of vijf van elkaar. Eรฉn kind ligt op de rug en moet een dennenappel of klein balletje tussen de pionnen door rollen, alleen met de voeten. Wankel, lacherig en oneindig herhaalbaar.
8. Memory met spullen
Leg tien voorwerpen op een handdoek. Iedereen kijkt twintig seconden, jij dekt af, รฉรฉn voorwerp gaat weg. Wie raadt welk? Met een groep van vijf is het hilarisch, omdat de jongste altijd "de banaan!" roept terwijl die er nooit lag.
Voor regenmiddagen onder het luifel of in de tent
Een paar druppels en alle plannen vallen in het water. Letterlijk. Op die momenten heb je iets nodig wat binnen werkt en weinig ruimte vraagt. Kijk eventueel ook bij onze online spelletjes als je toch een tablet of telefoon bij de hand hebt voor een rustig kwartier.
9. Stenen-stapel-kampioen
Verzamel twintig kleine steentjes (vooraf, op het droge moment). Wie kan de hoogste toren bouwen voor hij omvalt? Klinkt simpel, maar er ontstaat al snel een wedstrijd waarbij de zesjarige de regels gaat bedenken.
10. Tekenen-zonder-kijken
Eรฉn pen, รฉรฉn papiertje per kind. Iemand roept een onderwerp ("een kameel met hoed"), en iedereen tekent met de ogen dicht of het papier onder de tafel. Daarna vergelijken. De resultaten zijn altijd onbedoeld grappig.
11. Twintig-vragen op campingversie
Iemand denkt aan iets wat op de camping te zien is (de wasmachine, de speeltuin, de buurman met zijn hondje). De rest mag twintig ja-of-nee-vragen stellen. Voor jongere kinderen mag je het laten bij "iets in de tent". Houdt vooral oudere kinderen aan het denken.
Kringspelletjes met de hele groep
Een kring werkt als er meerdere gezinnen zijn, of als de oma's en opa's ook meedoen. Dat laatste is goud op een avond na de afwas.
12. Naam-en-beweging
Iedereen in een kring. Eerste persoon zegt zijn naam met een gekke beweging (Lotte met een sprongetje). Volgende doet die na en voegt zijn eigen toe. Wie de rij niet meer onthoudt, gaat in het midden zitten en wordt scheidsrechter. Werkt vanaf vijf jaar tot opa van zeventig.
13. Stille post fluisteren
Klassiek, maar verzin een lange zin met campingwoorden ("De buurman bakt op zondagochtend zeven scheve pannenkoeken"). Wat er aan het eind uitkomt is meestal beter dan wat er in ging. Ook handig: je kind leert luisteren zonder dat het oefenen voelt.
Na zonsondergang
Als het donker wordt, verandert de camping. Andere geluiden, andere kansen. De jongste hoeft niet per se mee te doen, maar zit vaak gefascineerd op schoot.
14. Sterrenbeelden zelf bedenken
Een echte sterrenbeeldenkaart is leuk maar niet nodig. Wijs een groepje sterren aan en bedenk samen wat het voorstelt. "Daar, een fiets met een lekke band." Een ander kind ziet er een drakenkop. Geen goed of fout. Voor wie van iets meer rust houdt na een drukke campingdag, vergeet ook niet dat het inpakken van een zaklamp en een paar simpele dingen veel verschil maakt โ zie de uitgebreide paklijst voor kamperen met kinderen.
15. Schaduwjacht met de zaklamp
Eรฉn kind heeft een zaklamp en projecteert handen-schaduwen op de zijkant van de tent. De rest moet raden wat het is: een hond, een konijn, een drilboor. Voor oudere kinderen kun je het omdraaien: zij verzinnen iets onmogelijks (een fiets-dinosaurus) en jij mag raden. Een sokjes-vol-zand voor de tent als zitยญplek erbij, en je avond is rond.