Notitieboek op een houten tafel met handgeschreven rijmwoorden in groepjes, naast een mok thee en pepernoten

Rijmwoorden voor sinterklaasgedichten: een werkbare lijst

Je zit op de bank met een kop thee, het gedicht voor je nichtje moet morgen klaar zijn, en na "Sinterklaas zat op zijn paard" loopt het hele rijmschema vast. Wat rijmt er nou eigenlijk op "Piet" wat niet meteen "fiets" is? En op "Sophie", waar je nu al twintig minuten op staart?

Een werkbare lijst is geen woordenboek. Wat je nodig hebt zijn rijmwoorden die in een sinterklaascontext daadwerkelijk passen, gegroepeerd zodat je binnen een minuut iets bruikbaars vindt. Hieronder staan ze per thema, met een korte uitleg waarom ze werken.

Rijmwoorden bij sinterklaas zelf

Dit is de kern. Negen op de tien gedichten draaien om Sint, Piet, het paard, de schoen of de schoorsteen. Hoe meer rijmwoorden je hier paraat hebt, hoe minder je vastloopt op regel twee.

Op Piet (de -iet-klank rijmt op heel veel):

  • liet, riet, viet, fiets (bijna-rijm), niet, ziet, schiet, biedt, gebied, verdriet, lied, gediend (assonantie), gebied

Op Sint (lastiger, korte -int):

  • kind, vindt, bindt, wind, gezind, gepind, blind, lint, mint, tint, hint

Op paard (de -aard-klank):

  • baard, kaart, staart, vaart, naar de aard, jaart (verjaart), spaart, klaart, gevaard, bewaart, aanvaardt

Op dak en schoorsteen:

  • Bij dak: pak, zak, tak, vak, smak, krak, lak, rak, knak, klap (bijna), gemak
  • Bij schoorsteen: been, geween, voorheen, alleen, gemeen, sereen, gewone (assonantie), tevreden (assonantie)

Op schoen, pakje, pepernoot:

  • Bij schoen: doen, groen, citroen, fatsoen, miljoen, fontein (bijna), zoen, ploen (eigen woord), seizoen
  • Bij pakje: bakje, takje, smakje, lekker zakje, gemakje, gehakje, vrolijk dansje (assonantie)
  • Bij pepernoot: groot, rood, brood, dood (vermijden bij kleuters), pot (bijna), genoot, sloot, vloot, boot, knoop (bijna)

De truc is om eerst je laatste woord van regel รฉรฉn te kiezen, en dan in deze lijst te scannen welk rijmwoord toevallig ook past bij het verhaaltje dat je wilt vertellen. Als je weet wรกt je gaat zeggen, gaat het rijm bijna vanzelf.

Rijmwoorden bij gevoelens en eigenschappen

Een sinterklaasgedicht zonder een gevoel of eigenschap erin is meestal saai. "Lief", "blij", "stout", "leuk" โ€” ze geven het gedicht een knipoog. En ze rijmen vaak op heel handige woorden.

Op lief:

  • brief, dief (voorzichtig), grief, gerief, gerief, actief, primitief, intensief, sportief, creatief, naief, motief

Op blij:

  • mij, jij, zij, hij, allebei, vrij, dichtbij, voorbij, drie (assonantie), erbij, kabaai (eigen geluid), schilderij

Op stout:

  • fout, koud, oud, hout, goud, vertrouwd, benauwd, gauw (bijna), bouwt, houdt, schouwt, vouwt

Op leuk:

  • beuk, deuk, kreuk, neuk (vermijden), reuk, spreuk, breuk, vleugje (assonantie), kleur (bijna)

Op fijn:

  • klein, mijn, zijn, wijn (vermijden), pijn, plein, brein, lijn, rein, terrein, refrein, certificaat (assonantie), gemeen (bijna)

Op gek en raar:

  • Bij gek: bek, plek, trek, vlek, wek, zwak (bijna), bezoek (bijna), vertrek, ontdek, rek
  • Bij raar: paar, jaar, daar, klaar, naar, waar, baar, schaar, gevaar, openbaar, voorwaar

"Stout" en "lief" zijn de twee gevoelens die in bijna elk sinterklaasgedicht een rol spelen, vaak in dezelfde strofe ("je was niet altijd helemaal lief, soms zelfs een beetje stout"). Hun rijmwoorden ken je dus het beste uit je hoofd.

Rijmwoorden bij cadeaus en spullen

Het hoogtepunt van het gedicht is meestal de hint naar het cadeau. Dan moet je rijmen op het ding zelf, of op een woord dat ernaar verwijst.

Op boek:

  • doek, hoek, koek, broek, vloek, zoek, kloek, hoek, oerwoud (assonantie), bezoek, gezicht (vermijden, geen rijm)

Op bal:

  • al, dal, knal, val, schal, smal, mal, zal, geval, getal, overal, ongeval, vandaal (assonantie)

Op pop:

  • kop, dop, hop, klop, stop, top, knop, mop, schop, sop, slop, op-en-top

Op doos:

  • roos, troos (van troosten), boos, los, loos, eindeloos, hopeloos, kerstroos, neus (bijna), groot (assonantie)

Op lego, stift, kleur:

  • Bij lego: helemaal niet eenvoudig. Gebruik liever "blokjes" (rokjes, sokjes, hokjes, bokje, jokje) of "bouwen" (vouwen, schouwen, houwen, vrouwen)
  • Bij stift: lift, gift, drift, schrift, gescheld (assonantie), lijst (bijna)
  • Bij kleur: deur, geur, fleur, fleurt, treurt, beurt, scheurt, leur, keur, vooral, vleugje (assonantie)

Bij merknamen of moderne speelgoednamen (Lego, Pokemon, Minecraft, Barbie) loop je vaker vast op het rijm. De oplossing is bijna altijd: gebruik een omschrijving in plaats van het merk. "Een doos vol blokjes" rijmt op heel veel meer dan "een doos vol Lego".

Een hand met pen boven een open notitieblok met handgeschreven rijmwoorden in groepjes

Wat doe je met lastige voornamen?

Sommige namen rijmen heerlijk: "Tom" (kom, dom, brom, blom), "Lot" (pot, schot, bot, lot), "Saar" (jaar, paar, klaar). Maar wat als het kind Sophie heet? Of Liam? Of Naomi? Daar staan halve avonden op te breken. Drie trucs die werken.

Truc 1: laat het eindrijm op de naam vallen. Een gedicht hoeft niet elke regel te eindigen op de naam van het kind. Zet de naam in regel รฉรฉn of in de middenrijm, en laat regel twee rijmen op een ander woord.

Voorbeeld:
"Sophie kreeg een grote verrassing,
verstopt in een doos vol papier en versiering."

De naam staat in regel รฉรฉn, het rijm zit op verrassing-versiering (assonantie). Niemand merkt dat Sophie zelf niet rijmt.

Truc 2: gebruik een troetelnaam of bijnaam. "Liam" is lastig, maar als hij thuis "Lia" of "kleine man" heet, heb je opeens veel meer rijmopties. Naomi wordt "Nao" of "ons meisje" en de hele puzzel wordt makkelijker.

Truc 3: rijm op de klemtoon, niet op de hele naam. Bij Naomi ligt de klemtoon op "no" (nรณ-o-mie). Dat rijmt op zo, no, ho, stro, ho-ho-ho. Bij Sophie ligt hij op "so" (sรณ-fie), wat rijmt op zo, dro, ko-ko. Je hoeft niet de hele naam te matchen, alleen de beklemtoonde lettergreep.

Voor wie liever vertrekt vanuit een sterke openingsregel: in het stappenplan voor een sinterklaasgedicht staat de volledige werkwijze om van een kladblaadje naar een afgewerkt gedicht te komen, inclusief hoe je structuur opbouwt voor je rijmt.

Wanneer je rijm mag verzachten

Kinderen merken het verschil tussen perfect rijm en bijna-rijm bijna nooit op, mits het ritme goed loopt. Volwassen lezers ook niet, zolang het natuurlijk klinkt. Drie technieken om jezelf rijmruimte te geven.

Assonantie is rijm op de klinker, niet op de medeklinker. "Schoen" en "groet" rijmen niet perfect, maar de oe-klank zorgt dat het tรณch klopt in het oor. "Sint" en "kind" zijn officieel slagrijm, maar "Sint" en "wind" werkt minstens zo goed.

Bijna-rijm is rijm waarbij รฉรฉn klank net afwijkt. "Pak" en "tak" is perfect. "Pak" en "dak" ook. Maar "pak" en "stuk" werkt ook nog, omdat de korte a en de korte u dichtbij liggen. In een gedicht dat lekker doorrolt, valt het niet op.

Binnenrijm betekent dat je het rijm middenin de regel zet, niet aan het eind. "De Sint zat klaar met zijn paard, de Pieten al lang van de daken vandaan." Het rijm zit binnenin (klaar-paard, daken-vandaan) en je hoeft niet meer aan het eind perfect te rijmen.

Lees je voltooide gedicht hardop, want dat is de echte test. Als het ritme klopt en de boodschap helder is, dan staat het er. Voor compacte voorbeelden van hoe gedichten van 4 tot 8 regels in elkaar zitten staat een verzameling korte sinterklaasgedichten klaar, en wie inspiratie zoekt voor een hele set uitgewerkte gedichten kan terecht bij twintig voorbeelden voor kinderen of bij grappige sinterklaasgedichten voor wie meer richting humor wil.

Een voorbeeld dat de woorden gebruikt

Hoe ziet dat eruit als je deze lijsten gewoon openslaat en begint? Stel dat je een gedichtje schrijft voor een meisje dat Eva heet en een knutselboek krijgt. Je pakt de rijmlijst bij "boek" en bij "lief", en je begint te schuiven.

Lieve Eva, dit pakje is niet zomaar wat,
er zit een verrassing in, je raadt nooit wat.
Een boek vol ideeen, om mee te plakken en te kleuren,
zodat je dit jaar nog vaker iets moois kunt gaan creeeren.
Sint vond jou heel lief en heel creatief,
en daarom schrijft hij speciaal voor jou deze brief.

Drie rijmparen: wat-wat (slordig binnenrijm), kleuren-creeeren (assonantie, valt niet op), creatief-brief (perfect rijm uit de "lief"-lijst). De naam Eva staat in regel รฉรฉn, niet aan het eind, dus geen rijmprobleem. Het hele gedicht is samengeplakt uit twee categorieen op deze pagina, in vijf minuten geschreven.

Dat is hoe rijmlijsten in de praktijk werken: niet als woordenboek waar je alles uit moet halen, maar als geheugensteun voor de woorden die je zelf bijna had gevonden.

๐Ÿ“š

Meer voor ouders

Alle categorieรซn →