Half november, een blanco velletje, en de gedachte: hoe schrijf je nou snel iets leuks voor een kind van vijf? Of voor die tiener die alles flauw vindt? Een paar voorbeelden helpen vaak meer dan een uur staren naar rijmwoorden. Pak er eentje, ruil de naam, vervang het cadeau, klaar.
Twintig voorbeelden, gegroepeerd per leeftijd. Allemaal vrij te gebruiken en aan te passen aan je eigen kind, je eigen cadeau en je eigen tafel op pakjesavond.
5 korte sinterklaasgedichten voor kleuters
Voor kinderen van 4 tot 6 jaar werkt kort en simpel het beste. Vier tot zes regels, een herkenbaar woord, een ritme waar ze mee kunnen klappen. Lang en cryptisch is verspilde moeite: ze willen hun naam horen en het pakje openmaken.
Sinterklaas zat in de stoel
en hij dacht: "Ik weet het wel.
Sam is dit jaar lief geweest,
dus voor Sam dit kleine feest."
Maak het pakje open, kijk,
en dan word je heel erg blijk!
Lotte, Lotte, twee jaar ouder,
mag haar pakje van de schouder.
Sint heeft iets voor jou bedacht,
in het paard z'n zadel zacht.
Pak het uit en kijk maar gauw,
want dit pakje is voor jou.
Tim is groot, Tim is stoer,
Tim klimt zelfs op moeders stoel.
Sint zag dat door 't raam vandaag
en hij dacht: "Wat een knaag!"
Daarom dit pakje, lief en klein,
kijk maar gauw wat het mag zijn.
Pepernoten in een schaal,
Sint vertelt een mooi verhaal.
Voor een kind dat lacht en zingt,
is dit pakje, met een wink.
Pak het uit en doe het zacht,
Sint heeft heel goed nagedacht.
Hee, jij daar, met je grote ogen,
heb je nog naar Sint gevlogen?
Hij zag jou, je was heel zoet,
poetste tanden, at je voet... eten op.
Daarom mag jij nu meteen,
dit pakje openen, niemand anders, alleen.
Tip bij voorlezen aan kleuters: lees langzaam en wijs intussen naar het pakje. Voor meer varianten op kleuter-niveau, met nog kortere regels, biedt eenvoudige sinterklaasgedichten voor kleuters een goede vervolgbron.
5 grappige sinterklaasgedichten voor de middenbouw
Vanaf groep 4 of 5 begint humor te tellen. Kinderen van 7 tot 9 jaar vinden het leuk als Sinterklaas een beetje plaagt of iets weet wat eigenlijk geheim was. Vergeten huiswerk, een paar oude sokken onder het bed, een broer die altijd vals speelt.
Sint zat boven op het dak,
keek door 't raam in jouw vertrek.
"Hee," zei hij, "dat is gek,
onder 't bed daar ligt een sok!
En een appel, half opgegeten,
moet je dat van mij dan weten?"
Hier dit pakje, deze keer,
maar volgend jaar geen sok meer.
Sam vergeet vaak van alles,
zijn jas, zijn pet, zijn potlood, knal!
Maar gelukkig vergat de Sint
niet dat Sam ook lief begint.
Daarom dit pakje, fris en nieuw,
hopelijk vergeet je 't morgen niet ook al gauw.
Lotte zegt altijd: "Ik mag het zelf!"
Bij koken, fietsen, naar de twaalf.
Sint hoorde dat en zei toen: "Goed,
dan mag jij ook dit pakje, zoet."
Maar pas op, het zit erg vast,
zelf doen mag, maar niet te haast.
De Sint had bijna iets vergeten,
zat al lang en breed te eten.
Toen riep Piet: "Maar baas, hee jij,
Tim, die staat nog in de rij!"
"Oeps," zei Sint, en stuurde gauw
dit pakje hier nog naar jou.
Sint keek naar de cijferlijst,
fronste, zuchtte, was verrast.
"Rekenen, dat ging wat krom,
maar gym, daar was je echt niet dom!"
Voor jouw doorzettingsvermogen
mag dit pakje uit de kogen.
(Sint kon ook niet rijmen vandaag,
sorry hoor, hij heeft maagklaag.)
Het laatste voorbeeld werkt vaak goed omdat kinderen dol zijn op een Sint die zelf ook niet alles perfect doet. Wil je nog meer in deze hoek, met voorbeelden die wat verder durven gaan in plagen en plagerijen, dan vind je dat bij grappige sinterklaasgedichten voor kinderen.

5 lieve sinterklaasgedichten voor oudere kinderen
Tussen 10 en 12 jaar zitten kinderen op een rare grens. Te oud om alles klakkeloos te geloven, te jong om er helemaal niets meer mee te hebben. Een gedicht dat hun naam noemt en iets persoonlijks zegt, raakt vaak meer dan ouders denken.
Sam is geen klein kind meer,
zegt zelf z'n mening, fris en stoer.
Maar Sint zag ook de andere kant,
een grote zus met zachte hand.
Voor wie zorgt en lacht en denkt,
heeft Sint dit pakje meegebrengt.
Lotte, twaalf, en bijna groot,
fietst alleen in weer en flop.
Sint zag jou de straat oversteken,
hoorde jou een grapje breken.
"Een mooie meid," zei hij toen rustig,
"die verdient iets fijns en lustig."
Tim heeft dit jaar veel geleerd,
soms gelachen, soms gekeerd.
School is anders dan vorig jaar,
huiswerk soms een beetje raar.
Sint denkt aan jou, dat moet je weten,
en heeft jou zeker niet vergeten.
Voor de oudste in dit huis,
die soms wil zijn als een muis,
soms juist hard de baas wil zijn,
beide mag, dat is heel fijn.
Sint vond een pakje speciaal,
voor jou, met dit gedicht erbij maal.
Sint en Piet zaten te praten,
over kinderen, over straten,
en toen viel jouw naam, heel lief,
"die is groot maar nog wel mij-lief."
Hier een pakje, niet te klein,
omdat jij gewoon jij mag zijn.
Bij oudere kinderen telt vaak meer wat er staat dan hoe goed het rijmt. Een minder strak gedicht waarin echt iets over hen wordt gezegd, slaat beter aan dan een vlot rijmpje dat ook over hun klasgenoot had kunnen gaan.
5 gedichten die voor elke leeftijd werken
Soms heb je een gedicht nodig dat voor meerdere kinderen tegelijk werkt, of waarvan je niet weet hoe oud de ontvanger is (denk aan lootjes in de familie of in de klas). Vijf voorbeelden waarbij je vooral de naam invult en de rest werkt voor bijna elk kind.
Sint stapte op het paard, vandaag,
en Piet vroeg: "Waar gaan we, baas?"
"Naar [naam]," zei Sint heel zacht,
"daar wordt al een tijdje op mij gewacht."
Open dit pakje rustig aan,
het komt van ver, met liefde gedaan.
Een pakje, niet te groot,
maar gevuld met iets tot bod.
Voor [naam], die weet best waarom,
maak het open, draai je om.
Sint en Piet, die staan al klaar,
fijne avond, lief en raar.
Onder in de zak van Piet
lag dit pakje, zag je 't niet?
Met jouw naam erop geschreven,
[naam], hier is het, gegeven.
Maak het open, kijk maar binnen,
laat de feestavond beginnen.
Sint maakt lijstjes, lange rij,
en jouw naam staat er ook bij.
Niet bovenaan, niet onderaan,
gewoon ergens, zoals het hoort te gaan.
Hier dit pakje, voor jou bedoeld,
hopelijk heeft Sint goed gevoeld.
Pakjesavond, kaarslicht aan,
buiten kou, hier warm bestaan.
[naam], jij hoort hier ook bij,
in dit kring, in deze rij.
Open dit pakje, doe het stil,
Sint hoopt dat het bevallen wil.
Het laatste gedicht werkt verrassend goed bij familieavonden waar zowel een kleuter als een oma in de kring zitten. Het is rustig, niet te druk, en zegt eigenlijk: jij hoort er gewoon bij.
Hoe je een voorbeeld aanpast aan je eigen kind
De voorbeelden hierboven zijn vertrekpunten, geen eindstations. Je eigen gedicht maken op basis van een voorbeeld kost meestal tien minuten en levert iets veel persoonlijkers op. Een paar handgrepen die werken:
- Vervang de naam (Sam, Lotte, Tim) door de naam van je kind. Klopt het ritme niet meer? Voeg een lettergreep toe of haal er eentje weg.
- Kies รฉรฉn concreet ding van het afgelopen jaar: een eerste fietstochtje alleen, een nieuw vriendje, een hobby waar ze mee bezig zijn. Bouw dat ding in twee regels in.
- Verander het cadeau in het gedicht naar wat er echt in het pakje zit. "Dit pakje" mag, maar "dit boek over dino's" hoort er als het kan.
- Lees het hardop voor jezelf voor. Hoor je een hapering, herschrijf die regel. Niet bang zijn voor een onregelmatig ritme, dat klinkt vaak menselijker dan een te perfect gedicht.
Loop je vast op het rijmen, dan helpt een lijstje met rijmwoorden op veelgebruikte termen als naam, jaar, klein, lief en groot vaak in twee minuten verder. En wil je liever helemaal vanaf nul beginnen, met stappen voor opening, midden en slot, dan staat in de complete handleiding voor het schrijven van een sinterklaasgedicht precies hoe je dat doet, inclusief wat te doen als de inspiratie even op is.