Een themaweek thuis rondom het WK is voor sommige gezinnen een natuurlijke uitbreiding. Naast het kijken op de bank doe je er iets omheen: eten, leren, knutselen en spelen rondom voetbal en de deelnemende landen. Voor kinderen die niet de hele dag op een wedstrijdscherm kunnen zitten, is dit een manier om er toch mee bezig te zijn, vaak leerzamer dan kijken alleen.
Hieronder hoe je een eenvoudige themaweek opzet zonder dat het te veel werk wordt voor รฉรฉn ouder, en welke onderdelen het meest opleveren.
Wanneer een themaweek wel en niet werkt
Een themaweek werkt het beste als รฉรฉn van deze drie omstandigheden geldt:
- De kinderen hebben net schoolvakantie, of het is een rustige weekend-tot-zondagmoment waarop het gezin sowieso meer tijd heeft.
- Eรฉn ouder of grootouder heeft expliciet zin om iets te organiseren en heeft een paar dagen tijd om in te ruimen.
- De kinderen zijn al enthousiast over het WK en zoeken zelf naar meer manieren om er mee bezig te zijn.
Als geen van deze speelt, kun je het beter laten. Een themaweek opdringen aan een gezin dat er niet in zit, leidt tot half afgemaakte projecten en frustratie. Versieren en samen kijken is dan genoeg.
Een goed moment voor een themaweek is meestal de week voorafgaand aan de openingswedstrijd (begin juni 2026), of de week voor de knock-outfase. Voor scholen die met het WK een themaproject doen, kunnen ouders die thuis aansluitend iets organiseren een leuke verrijking zijn, al hoeft het zeker niet.
Een dag-op-dag opzet die werkt

De makkelijkste structuur: รฉรฉn thema per dag, met een korte ochtendactiviteit en eventueel iets in de avond. Niet de hele dag voetbal, maar een kort spitsmoment dat het kind herkent als "vandaag is dat-en-dat-dag".
Een voorbeeld voor zeven dagen:
- Maandag, landen-kennismaking. Met een atlas of NOS-overzicht alle 48 landen die meedoen, en op de wereldkaart met stickertjes aangeven waar ze liggen.
- Dinsdag, eet-dag. Een gerecht uit een deelnemend land. Italiaans, Mexicaans, Argentijns, Marokkaans. Ouders helpen, kinderen mogen kiezen.
- Woensdag, knutsel-dag. Vlaggen van vijf landen tekenen, of grote spelersposters maken, of vlaggetjesslingers. Tafel vol papier.
- Donderdag, leer-dag. Een voetbalboek of YouTube-kanaal samen kijken: hoe werkt buitenspel, wat is de offsidelijn, wat is het verschil tussen 4-3-3 en 4-4-2. Tien minuten is genoeg.
- Vrijdag, speel-dag. In de tuin of op straat een toernooitje met de kinderen uit de straat. Buiten in plaats van op tv kijken.
- Zaterdag, wedstrijd-dag. Voor het echte kijken, met snacks en versiering en gezellig samen.
- Zondag, terugkijk-dag. Wat hebben we deze week geleerd? Welk land vond je leukst? Welk gerecht was het lekkerst?
Niet alle dagen hoeven uitgevoerd. Drie of vier sterke momenten in de week is meer dan genoeg. Een themaweek met perfect zeven activiteiten is een ideaal dat in de praktijk zelden lukt.
Wat goed werkt: leren via voetbal
Een themaweek is een goed moment om dingen mee te leren die anders snel wegzakken. Een paar voorbeelden:
- Aardrijkskunde. 48 deelnemende landen verspreid over zes continenten. Een wereldkaart aan de muur met spelden waar elk land ligt, krijgt elke dag een nieuwe speld als er een wedstrijd is. Tegen het einde van het toernooi kennen kinderen de wereldkaart een stuk beter.
- Vlaggen. Heel veel kinderen kennen alleen de Nederlandse vlag goed. In zes weken kunnen ze er gemakkelijk vijftien tot twintig vlaggen bij leren.
- Hoofdsteden. Bij elke wedstrijd wordt ook gepraat over de landen. Mexico Stad, Buenos Aires, Cairo, Doha, kinderen onthouden hoofdsteden veel makkelijker als er sfeer omheen hangt dan via de aardrijkskundeles.
- Talen en culturen. Hoe heet "doelpunt" in het Spaans, Frans, Portugees? Welk land heeft welke taal als hoofdtaal? Voor sommige kinderen is dit het meest interessante onderdeel van het hele toernooi.
Voor wie iets concreets aan het kind in handen wil geven om bij te houden, werken WK Voetbal werkboekjes als vaste structuur tijdens de themaweek. Een kind dat per dag รฉรฉn bladzijde invult, heeft aan het eind van het toernooi een mooi opgebouwd werk.
Eten als rode draad
Voor veel gezinnen is eten het sterkste onderdeel van een themaweek. Niet elke dag een gewone Hollandse pot, maar รฉรฉn avond Italiaanse pasta carbonara, รฉรฉn avond Mexicaanse taco's, รฉรฉn avond Argentijnse asado op de barbecue. Kinderen smullen, leren over een land, en hebben een sterke herinnering aan de week.
Wat helpt om dit te laten lukken zonder te veel werk:
- Houd het simpel. Een gerecht per land, niet drie. Eรฉn hoofdgerecht is genoeg.
- Laat kinderen meekiezen. Geef een lijstje van vijf opties (Italiรซ, Braziliรซ, Spanje, Marokko, Mexico) en laat ze stemmen welke twee jullie deze week doen.
- Boodschappen samen. Het kind dat zelf de mais en de tortillas in het mandje heeft gelegd, eet de Mexicaanse avond met meer plezier.
- Een paar oranje hapjes voor de avonden dat je kijkt, voor ideeรซn: oranje snacks en hapjes voor de WK-avond.
Wat je beter laat
Een paar valkuilen die in de meeste themaweken terugkomen:
- Te ambitieus plannen. Drie activiteiten per dag, een gerecht uit acht landen, een knutselproject van een week. Iemand haakt af in dag twee, en dan voelt de hele themaweek mislukt.
- Verplichte deelname. Een kind dat geen zin heeft, hoeft niet mee te knutselen. Een themaweek is geen schoolproject. Vrijwillig meedoen is de basis.
- Schoolse opzet. Werkbladen, toetsjes, leertaken. Op vakantietijd hoeft het niet zo te voelen. Speels en vrij.
- Eรฉn specifiek onderwerp te ver doortrekken. Een hele week over alleen Braziliรซ wordt voor een kind van zeven na drie dagen saai.
Een werkende richtlijn: maximaal รฉรฉn geplande activiteit per dag, met ruimte voor wat het kind zelf wil. Een kind dat op woensdag liever in de tuin gaat trappen dan vlaggen tekenen, mag dat, want trappen is ook WK-gerelateerd.
Voor wie het in plaats van of naast school doet
Sommige scholen organiseren in juni een eigen WK-themaweek. Voor ouders is dat zowel een voordeel (school doet al iets) als een risico (kinderen zijn er aan het einde van de dag een beetje overvoerd). Stem af met wat de school doet en kies thuis een ander accent.
Bijvoorbeeld: school doet aardrijkskunde en knutselen. Thuis dan vooral koken en samen kijken. Of: school doet wedstrijdkalenders en voorspellingen. Thuis dan vooral creatief en sportief, zonder nog meer tabellen. Het kind krijgt op die manier een rijker beeld zonder dat het op herhaling gaat.
Voor het bredere kader, welke wedstrijden zijn de moeite, hoe lang per leeftijd kijken, staat in de gids over kijken met kinderen en het overkoepelende WK 2026 met kinderen de algemene aanpak.