De eerste weken met een nieuwe kat in huis zijn anders dan met een hond. Katten hebben hun eigen tempo, en dwingen werkt nooit. Voor kinderen die meteen knuffelen willen, is dat lastig, voor de kat is dat normaal. Met de juiste aanpak wordt de kat binnen 2-6 weken een ontspannen gezinslid.
Hieronder hoe je het slim opzet, wat je vooraf doet, en wat in de eerste maand wel en niet werkt.
Voorbereiden van het huis
Een week voor de kat komt:
- Een rustige startruimte aanwijzen, een aparte kamer of badkamer waar de kat in eerste dagen kan landen. Met voer, water, kattenbak, mand, en een paar speeltjes.
- Hoogtes klaarmaken, katten voelen zich veiliger op hoogte. Een kattenboom, kast om te springen, of plank op heuphoogte.
- Schuilplekken bieden, een kartonnen doos op zijn kant, een open kast, een mand onder de tafel. Voor de kat om weg te trekken als het te druk wordt.
- Krabpaal kopen of verschillende krabopties bieden, verticale paal รฉn horizontale plank, op verschillende plekken.
- Gevaarlijke planten weg (lelies, oleander, klimop zijn giftig voor katten).
- Schoonmaakmiddelen achter slot.
- Snoeren afgeschermd of weggewerkt.
Een goede starterset (kattenbak, voerbakken, krabpaal, mand, transportkooi, vlooienpreventie, voer voor eerste week) kost 150-300 euro.
Het kind voorbereiden

Leg vooraf uit aan kinderen wat de eerste weken vragen:
- De kat krijgt een eigen rustige kamer als startplek. We laten hem op zijn eigen tempo de rest van het huis verkennen.
- Niet meteen knuffelen of oppakken. We wachten tot de kat zelf naar ons komt.
- Niet achter de kat aan rennen of corner-en. Geef ruimte.
- Stil zijn rond de kat in eerste dagen. Geen schreeuwen, harde geluiden, in handen klappen.
- Niet alle vrienden meteen uitnodigen. Eerst alleen het gezin de eerste week.
Voor kinderen vanaf 6 jaar zijn deze regels te volgen. Voor kleuters: ouder-toezicht in de eerste week intensief.
De aankomstdag
De aankomst is voor de kat stressvol. Wat helpt:
- Kat in transportkooi naar de aangewezen startruimte brengen.
- Kooi openen, niet erin grijpen. Laat de kat zelf naar buiten komen wanneer hij klaar is.
- Voer en water staan klaar. Kattenbak ook.
- Geen knuffelen, niet meteen oppakken.
- Iemand zit rustig in de kamer 15-30 minuten, op de grond, zonder iets te doen. De kat went aan de stem.
- Daarna verlaat je rustig de kamer, laat de kat de ruimte verkennen.
De eerste 24 uur kan de kat zich verstoppen. Onder de bank, achter een kast, in een hoek. Dat is normaal. Niet uittrekken, niet jagen, laat de kat tevoorschijn komen.
De eerste week
De eerste week is observeren en geduld:
- Vaste voer- en water-tijden, dezelfde voer als de kat gewend was (vraag dit bij asiel of fokker).
- Kattenbak een keer per dag schoonmaken.
- Geleidelijk meer ruimte beschikbaar maken, eerst alleen de startruimte, dan ook woonkamer, dan rest.
- Kinderen mogen de kat aaien als de kat zelf naar hen komt. Niet andersom.
- Niet aan de kat trekken, niet vasthouden als hij weg wil.
Wat normaal is in week 1: de kat eet minder dan normaal, slaapt veel, blijft in dezelfde ruimte, reageert weinig op zijn naam. Dit verbetert vanzelf naarmate hij zekerder wordt.
Week 2-4: integratie
Na de eerste week komt de fase waarin de kat langzaam zijn plek inneemt:
- De kat verkent meer kamers, soms in stappen.
- Begint te ontspannen op vaste plekken (raambank, achter de bank).
- Reageert op voer-routine en stem van het gezin.
- Soms eerste knuffelmoment uit eigen initiatief.
- Kattenbak-gewoontes vestigen zich.
In deze fase mag het kind beginnen met meer interactie:
- Spelen met een lokstaaf-speeltje (afstand is veilig voor zowel kat als kind).
- Voorzichtig aaien als kat op de bank ligt en niet weggaat.
- Brokjes uit hand geven als de kat dichtbij komt.
Voor specifieke regels rond aaien zonder krabben en kattengedrag begrijpen, gaat de gids over kind en kat leren omgaan zonder krabben dieper in op de details.
Wat normaal is en wat niet
Normaal in eerste maand:
- Verstoppen, vooral in eerste dagen.
- Minder eten dan normaal in eerste week.
- Spuiten of poepen buiten kattenbak een paar keer (stress + nieuwe omgeving).
- Niet reageren op naam.
- Soms spuugballen in eerste weken (verandering van voer of stress).
Aandacht waard:
- Helemaal niet eten of drinken voor langer dan 24 uur.
- Aanhoudende diarree of overgeven (langer dan 48 uur).
- Volledige terugtrekking zonder uit verstopplek te komen na 1 week.
- Aggressie naar mensen, zonder duidelijke trigger.
Voor advies: dierenarts bellen of asiel om advies vragen. Veel problemen die in week 2-3 ontstaan zijn met begeleiding op te lossen.
Als er al een hond, andere kat, of kleinere dieren in huis zijn, vraagt de introductie extra zorg:
- Eerste 1-2 weken: andere dieren niet bij de kat-startruimte. Alleen geur via deur.
- Eerste ontmoeting via een gesloten deur waar beide dieren elkaar ruiken.
- Visuele introductie via tussenliggend hek, beide dieren kunnen elkaar zien zonder bij elkaar te kunnen.
- Pas na 2-3 weken een echte introductie zonder hek, onder toezicht.
- Voor gezinnen die meerdere katten samen willen, gaat de gids over meerdere katten met kinderen dieper in op het samenstellen.
Een specifieke aandachtspunt voor andere huisdieren in huis: als er al een hond, andere kat, of kleinere dieren zijn, vraagt de introductie extra zorg. Eerste 1-2 weken andere dieren niet bij de kat-startruimte, alleen geur via deur. Eerste ontmoeting via een gesloten deur waar beide dieren elkaar ruiken. Visuele introductie via tussenliggend hek waar dieren elkaar zien zonder bij elkaar te kunnen. Pas na 2-3 weken een echte introductie zonder hek, onder toezicht. Voor gezinnen die meerdere katten samen willen, gaat de gids over meerdere katten met kinderen dieper in op het samenstellen. Voor het bredere keuzeproces over welke kat past, geeft de gids over welke kat past bij een gezin met kinderen overzicht. En voor het hele eerste-kat-traject, helpt de gids over eerste kat met kinderen.