Kind in groep 3 oefent zelfstandig lezen uit een leesboekje aan de tafel thuis

Vanaf wanneer gaan kinderen zelf lezen? (groep per groep uitgelegd)

De vraag duikt vroeger of later bij elk gezin op: wanneer gaat mijn kind nou eens zelf lezen? Soms zit het hele klasgenootje al op hoofdstuk drie van een dik boek terwijl jouw kind nog moeite heeft met de eerste zinnetjes. Dat hoeft niks te zeggen, maar rustiger wordt het er niet van. Even kort op een rijtje hoe dat lezen leren eigenlijk loopt in Nederland, en wat normaal is per groep.

Groep 1 en 2: klankbewustzijn, nog geen echt lezen

In de kleutergroepen leren kinderen niet officieel lezen. Wat ze wel doen, heet klankbewustzijn en beginnende geletterdheid. Dat is een deftige term voor: herkennen dat woorden uit losse klanken bestaan, rijmen, letters benoemen die ze vaak zien, hun eigen naam leren schrijven. Sommige kleuters pikken letters vanzelf op omdat ze het leuk vinden, andere zijn er nog niet mee bezig. Beide is prima.

Op school wordt er gewerkt met thema's en voorlezen, met letters in het klaslokaal op ooghoogte, met spelletjes waarbij ze klanken moeten onderscheiden. Je kind komt thuis en zegt "mam, mama begint met de m", en dat is precies het doel. Forceer niet. Als een kleuter van vijf vraagt om te leren lezen, mag dat best, maar je hoeft er niks aan vooraf te doen.

Lezen begint thuis vooral door zelf veel voor te lezen en ervoor te zorgen dat boeken erbij horen. Een eigen leeshoekje helpt, en ook het meenemen naar de bieb waar een kind zelf mag kiezen. Alles wat een kind in deze fase met taal doet, telt als voorbereiding.

Ondersteunend beeld bij het artikel over Vanaf wanneer gaan kinderen zelf lezen? (groep per groep uitgelegd)

Groep 3: het echte startschot

In groep 3 begint het technisch lezen. Kinderen zijn dan ongeveer zes jaar oud aan het begin van het schooljaar en worden er zeven tijdens. Op Nederlandse basisscholen gebruikt de meester of juf meestal een methode als Veilig Leren Lezen of Lijn 3. Die beginnen met hakken en plakken: "m-a-a-n" wordt "maan". Dat klinkt simpel, maar het is voor een zesjarig brein serieus werk.

Het eerste halfjaar leren ze zo'n dertig tot vijfendertig letters en de bijbehorende klanken kennen. Dan volgen woordjes met drie letters, daarna vier, daarna korte zinnetjes. Rond februari of maart kunnen de meeste kinderen al korte tekstjes lezen, hakkend en pratend, maar wel zelf. Voor veel ouders is dat een moment dat ze onthouden. Het eerste boekje waar je kind zelf een bladzij uit voorleest aan tafel.

Het tempo verschilt sterk. Sommige kinderen hebben in de herfstvakantie al door hoe het werkt, andere worstelen tot aan Pasen. Beide is binnen de norm. Pas als je kind aan het eind van groep 3 nog steeds losse letters niet vlot kan benoemen of woordjes niet kan samenvoegen, is er reden om er met de juf of meester over te praten. Je kunt thuis oefenen met werkbladen of leuke spelletjes met letters, maar doe dat zonder drang.

AVI-niveaus: waar staat mijn kind?

Vanaf het midden van groep 3 meten scholen het leesniveau met AVI. Dat is een systeem dat kijkt hoe snel en hoe vlot een kind een tekst kan lezen. De niveaus lopen van Start (allereerste leesbeginners) via M3, E3, M4, E4, M5, E5 tot Plus (eind basisschool). M staat voor "midden", E voor "einde" van de groep.

De richtlijnen zijn ongeveer: eind groep 3 kunnen de meeste kinderen AVI E3 lezen, eind groep 4 ligt het gemiddelde op AVI M4 of E4, eind groep 5 op AVI M5. Bibliotheken en veel boekhandels markeren kinderboeken met het AVI-niveau op de achterkant. Handig als je wilt weten of een boek past bij het niveau van je kind. Kies liever iets onder het niveau voor plezier-lezen dan iets erboven. Gemak is de beste motivator om door te blijven lezen.

Ouder worden achter op AVI? Dat zegt minder dan je denkt, vooral als je kind wel graag luistert naar verhalen en hele gesprekken kan voeren. Leesvaardigheid groeit in golven en niet alle kinderen komen tegelijk in de volgende golf. Voor hulp bij het vinden van geschikte boeken kun je boekentips per leeftijd gebruiken als aanvulling op de AVI-norm.

Groep 4 en 5: van hakkend lezen naar vloeiend lezen

Tussen groep 4 en groep 5 verandert er iets belangrijks. Kinderen gaan van lezen-om-te-kunnen-lezen naar lezen-om-iets-te-weten-of-te-beleven. Het voorspellend lezen wordt sterker: ze herkennen woordbeelden in รฉรฉn oogopslag en hoeven niet meer elk woord letter voor letter te ontleden. Dat heet automatisering.

Rond eind groep 4 leest een "gemiddeld" kind op AVI M4 of E4, met een tempo van ongeveer 50 tot 80 woorden per minuut hardop. Dat is nog niet vlot genoeg om een dik boek uit te zitten zonder moe te worden, maar wel genoeg voor een kort hoofdstukboekje zoals Dolfje Weerwolfje of Het Leven van een Loser. Stripboeken zijn een geweldige opstap hier: veel plaatje, weinig tekst per pagina, maar wel echt lezen.

In groep 5 gaat het tempo omhoog naar zo'n 100 woorden per minuut. Het vloeiend lezen ontwikkelt zich dan vaak in een paar maanden tijd stevig door. Kinderen die tot dan toe moeite hadden, klikken soms ineens om. Wat vroeger een uur hardop lezen met strubbelingen was, is opeens twintig minuten stil met een glimlach.

Groep 6, 7 en 8: lezen als middel

Vanaf groep 6 is technisch lezen bij de meeste kinderen in orde. Dan verschuift de aandacht op school naar begrijpend lezen en leespromotie. Lees je wel genoeg? Begrijp je ook wat er staat? Kun je conclusies trekken, gevoel herkennen, voorspellen wat er gaat gebeuren? Dat is een heel andere vaardigheid dan woorden omzetten in klanken.

Op dit niveau beginnen de leesverschillen tussen kinderen echt groot te worden. Niet per se door kunnen, maar door willen. Kinderen die thuis bladeren tussen een stapeltje boeken bouwen een voorsprong op die op school moeilijk in te halen is. Kinderen die vooral op schermen zitten raken achter met woordenschat, zonder dat iemand het direct merkt. Tot groep 8 is er veel winst te halen door vrije leestijd thuis, ook als het stripboeken of informatieve boeken zijn.

Verschillen tussen kinderen: wanneer je je zorgen maakt

Het belangrijkste om te onthouden: kinderen leren lezen in hun eigen tempo, en dat tempo zegt weinig over hoe intelligent ze zijn of hoe goed ze later zullen presteren. Een trage start in groep 3 zegt niet dat er iets mis is. Wel zijn er een paar signalen waar je op kunt letten.

Aan het eind van groep 3 zou je kind minstens korte, eenvoudige zinnetjes moeten kunnen lezen. Lukt dat nog helemaal niet, of blijft lezen in groep 4 echt een grote worsteling, bespreek het met de juf of meester. Soms is het een kwestie van meer oefening, soms is er een onderliggende oorzaak zoals dyslexie. Een vroege signalering helpt. Ongeveer 4 tot 5 procent van de kinderen in Nederland heeft dyslexie in meer of mindere vorm, dus het komt in bijna elke klas een paar keer voor.

Maar in de overgrote meerderheid van de gevallen is het een kwestie van tijd en van plezier. Lezen wordt geen gewoonte door extra oefenen, lezen wordt een gewoonte door een kind dat uit eigen beweging een boek pakt. Hoe je dat stimuleert, zonder een strijd te maken, lees je in leesplezier stimuleren bij kinderen.

๐Ÿ“š

Meer voor ouders

Alle categorieรซn →