Een kind staat bij een toonbank met lege handen en een lichte teleurstelling na het uitgeven van zakgeld

Mijn kind geeft zakgeld meteen uit: wat doe je dan?

Zaterdagochtend krijgt je kind zijn euro's, om half twaalf staat hij bij de kassa met een zak pepernoten en een glittersticker, om kwart over twaalf is alles op. En jij denkt: doe ik iets verkeerd? Heel kort: nee, eigenlijk niet.

Bijna elk kind onder de negen geeft zakgeld in eerste instantie meteen uit. Dat is geen gebrek aan karakter, het is gewoon hoe een kinderbrein op die leeftijd werkt. Wat je ermee doet, maakt wel verschil. Niet door boos te worden of het geld terug te pakken, maar door het uitgeefmoment om te buigen tot iets waar je kind iets van leert.

Eerst dit: dit hoort er soms bij

Kinderen tot een jaar of negen leven in het nu. Dat klinkt clichรฉ, maar heeft echt te maken met hoe hun hersenen werken. Het stuk dat denkt "ik wacht even, over drie weken kan ik iets leukers kopen" is gewoon nog niet af. Vragen aan een zesjarige om te sparen voor de toekomst, is ongeveer hetzelfde als vragen om kalm te blijven als er ijsjes worden uitgedeeld op een verjaardag. Het kan af en toe, maar het is niet de standaardstand.

Dat geld op zaterdag bij de eerste de beste kassa belandt, betekent dus niet dat je iets verkeerd doet. Het betekent dat je kind van zijn leeftijd is. Een prima eerste les ontstaat trouwens vanzelf: het kind geeft alles uit, ziet een uur later iets anders dat het ook leuk had gevonden, en voelt even spijt. Dat spijtmoment is waardevoller dan welk preekje van jou ook. Niet wegwuiven met "dan koop ik het wel even voor je", niet uit medelijden alsnog die euro erbij leggen. Gewoon laten gebeuren.

Het wordt pas iets om naar te kijken als het ELKE week zo gaat รฉn er nooit iets overblijft voor iets dat je kind echt wilde. Eรฉn keer alles uitgeven aan onnozele rommel: leerzaam. Tien keer hetzelfde patroon zonder dat er ooit iets blijft hangen: dan is er iets anders aan de hand. Daar komen we verderop op terug.

Wat in de praktijk helpt zonder preek

Een paar kleine dingen die het kinderbrein een handje helpen, zonder dat je hoeft te moraliseren.

Stel even die ene vraag voor de kassa. Niet met een opgetrokken wenkbrauw, gewoon achteloos. "Hรฉ, je had het vorige week toch over dat knutselsetje? Wil je daar nog voor sparen of niet?" Geen oordeel in je stem, alleen informatie. Soms zegt het kind "oh ja, dan koop ik dit niet". Soms zegt het "nee, ik wil dit nu". Allebei prima. Je hebt de denkstap aangezet, meer is niet nodig.

Laat je kind zelf afrekenen. Vooral voor jongere kinderen werkt dit goed. Het kind telt zelf de munten uit, geeft ze zelf aan de caissiรจre, ziet zelf het wisselgeld na. Ineens voelen die euro's veel concreter dan wanneer jij het pinpasje pakt. Het is meteen een rekenmoment, een sociaal moment, en een geld-is-eindig-moment in รฉรฉn. Als de rij achter je begint te zuchten: rustig blijven, het kost twintig seconden extra en het is het waard.

Het spijtmoment niet oplossen. Als je kind een uur na de uitgave teleurgesteld zegt "had ik dit nou maar niet gekocht", reageer je met "ja, balen hรจ" en gaat over op iets anders. Niet uitleggen wat een volgende keer beter kan, niet alsnog het andere kopen, niet zeggen dat hij volgende week extra krijgt. Spijt is een leraar. Als je hem wegjaagt, leert je kind niks. Hoe je sparen rustig opbouwt, staat in de tips over kind leren sparen.

Een ouder en kind hebben rustig een gesprek aan de keukentafel met een lege spaarpot tussen hen in

De 24-uurs-pauze bij grotere bedragen

Bij verjaardagsgeld of een keer flink gespaard zakgeld is het andere koek. Daar kun je wel een afspraak op zetten zonder dat het voelt als straf: de 24-uurs-regel.

De regel werkt zo: voor elke uitgave boven een afgesproken bedrag (twintig euro, vijftien euro, wat past bij jouw kind) moet er รฉรฉn nacht over geslapen worden. Ziet je kind zaterdag iets van vijfentwintig euro, dan komen jullie er zondag op terug. Wil hij het dan nog, dan koopt hij het. Is hij het al half vergeten, dan blijft het geld op de plank. Geen strijd, geen "nee", gewoon een dag pauze.

Wat dit doet, is precies dat stukje brein trainen dat nog niet af is. Het kind oefent met wachten, en met zelf merken hoe iets voelt na een nachtje slapen. Soms is het verlangen er nog, soms is het weg. Allebei is een leermoment. Voor jou is het ook fijn: je hoeft niet de boeman te zijn, want de afspraak is de afspraak. Je staat aan dezelfde kant als je kind, jullie wachten samen.

Eรฉn tip: zet die regel niet in op het moment dat hij in de winkel staat met een rood hoofd. Maak hem eerder, op een rustig moment, en teken hem op een briefje op de koelkast. Dan voelt het niet als willekeurige rem, maar als iets dat al lag te wachten.

Wat geheid stukloopt

Een paar dingen die misschien voelen alsof ze opvoeden, maar averechts werken.

Boos worden over de uitgave. Het is zijn geld. Dat heb je hem expliciet gegeven om over te beslissen. Als je nu boos wordt omdat hij de "verkeerde" keuze maakt, leer je hem dat zakgeld eigenlijk geen zakgeld is, maar geld dat hij van jou mag besteden onder voorwaarden. Dat is iets anders, en veel minder leerzaam.

Het geld terugnemen of "in bewaring" houden. "Geef maar, ik bewaar het wel even voor je." Lijkt aardig, maar bevestigt precies wat je niet wil: dat zakgeld pas echt van het kind is als jij het goedkeurt. Sparen werkt alleen als het kind ervaart dat het geld in zijn portemonnee blijft of niet, op basis van zijn eigen keuzes. Als jij de sluiswachter bent, oefent hij niks. Hoe je sparen wel inricht zonder controle uit handen te geven, gaat het artikel over leren sparen dieper op in.

Vergelijken met broer of zus. "Je zus spaart wel netjes." Klinkt onschuldig, doet pijn. Het kind hoort: ik ben de slechte versie. Het stopt het kind niet met snel uitgeven, het maakt hem vooral klein. Kinderen verschillen ook sterk op dit punt: de "spaarder" en de "uitgever" hebben allebei iets te leren, alleen niet hetzelfde.

Beoordelen wat nuttig is. "Daar koop je toch niets nuttigs van." Wie ben jij om te bepalen wat nuttig is voor een achtjarige? Een glittersticker en een zak pepernoten kunnen een complete zaterdag mooier maken. Als je geld geeft en daarna vertelt waar het wel of niet aan besteed mag worden, geef je geen zakgeld, maar een toelage met voorwaarden. Voor wie nog twijfelt aan het basisprincipe is het overzichtsartikel over zakgeld geven het startpunt.

Wanneer een patroon wel reden tot zorg is

De meeste kinderen groeien er gewoon doorheen. Rond een jaar of negen, tien begint dat stukje "ik wacht even" beter te werken, en komt sparen vanzelf binnen bereik. Maar er zijn een paar signalen die wijzen op iets meer dan een leeftijdsfase.

  • Je kind kan al een hele tijd structureel niet sparen voor iets dat hij wel echt wil hebben, ook niet als hij er weken op terugkomt.
  • Je kind voelt zich niet boos maar leeg na een uitgave. Niet "had ik dit nou maar niet", maar een soort futloosheid alsof het geld geen plezier meer brengt.
  • Je kind probeert structureel geld te lenen, te bedelen of bij broers en zussen "even" iets te krijgen vlak na het uitgeven.
  • Het uitgeefpatroon zit gekoppeld aan een spanning op school of thuis: hij geeft alles uit op de dag dat hij het zwaarst heeft.

Als je een of meer van deze patronen herkent, is het tijd voor een rustig gesprek op een neutraal moment. Niet vlak nadat het geld op is, niet als verwijt. Een ritje in de auto of een wandeling, en de vraag: "merk je zelf hoe het gaat met je zakgeld? Wat zou jij willen?" Vaak komt er iets uit dat je niet had verwacht.

Soms is het simpeler: het bedrag past niet bij de leeftijd, of er is een drie-potjes-systeem nodig (uitgeven, sparen, weggeven) zodat het geld niet in รฉรฉn pot zit te schreeuwen. Wat een passend bedrag is per leeftijd, vind je in de richtlijn voor zakgeld per leeftijd. En als je kind extra wil verdienen om sneller te kunnen sparen, beschrijft het stuk over klusjes voor zakgeld welke afspraken werken en welke niet.

๐Ÿ“š

Meer voor ouders

Alle categorieรซn →