Rijtjes opdreunen op de bank werkt ongeveer tien minuten, dan zakt je kind onderuit en wil het iets anders. Gelukkig zit er een trucje in: als oefenen voelt als spelen, blijft het langer hangen. Je hebt vaak niet meer nodig dan twee dobbelstenen, een pak speelkaarten of een stuk stoepkrijt op de oprit.
Een paar keer per week een kwartiertje is trouwens genoeg. Tien minuten intens spelen levert vaak meer op dan een half uur doorploeteren. Als je kind wat meer structuur nodig heeft of je wilt de grote lijn zien, staat er een complete aanpak voor tafels oefenen met kinderen klaar die alles bij elkaar zet.
Met dobbelstenen en kaarten
1. Dobbelsteen-race
Pak twee dobbelstenen, gooi ze tegelijk en vermenigvuldig de ogen. Wie het eerst het goede antwoord roept, krijgt een punt. Eerst bij tien punten wint. Klinkt simpel, en dat is het ook, maar kinderen zijn er verrassend fanatiek in. Voor hogere tafels plak je een stickertje op een dobbelsteen en schrijf je er een zeven of acht op met viltstift, zo krijg je automatisch de moeilijkere sommen erbij.
2. Kaartspel knaller
Leg een pak speelkaarten op tafel, heren en vrouwen eruit (of zet ze op elf en twaalf, als je kind dat al aankan). Draai om beurten twee kaarten om en vermenigvuldig ze. Wie het eerst antwoordt, mag de kaarten houden. Wie aan het eind de meeste stapel heeft, wint. Werkt goed aan de keukentafel terwijl de pasta kookt.
3. Tafel-memory
Knip dertig kaartjes uit een vel papier. Op vijftien kaartjes schrijf je een som (bijvoorbeeld 6 x 7), op de andere vijftien het antwoord (42). Omgedraaid op tafel, en memory-en maar. Een match is een som met het juiste antwoord. Dit kost tien minuten voorbereiding, maar die kaartjes gaan maanden mee. Je kunt ze per tafel maken of lekker door elkaar voor alle tafels.
4. Flitskaart-stapel
Schrijf sommen op flitskaartjes (รฉรฉn som per kaart). Houd ze snel achter elkaar omhoog: zegt je kind het goede antwoord, dan gaat de kaart op de 'goed'-stapel. Fout of twijfel? Dan gaat hij onderaan de 'nog eens'-stapel. Zo krijg je vanzelf de sommen die lastig zijn vaker voorbij. Drie minuten per keer is genoeg. Leg de stapel erna ergens zichtbaar, dan doe je morgen weer een rondje.
Bewegen, zingen en klappen
5. Tafel-hinkelen
Teken met stoepkrijt een hinkelbaan op de oprit, maar in plaats van cijfers 1 tot en met 10 zet je de antwoorden van een tafel. Voor de tafel van 4 dus: 4, 8, 12, 16, 20, 24, 28, 32, 36, 40. Terwijl je kind hinkelt, zegt het hardop "vier, acht, twaalfโฆ". Klaar met de heenweg? Dan op de terugweg de sommen erbij roepen ("vier keer drie is twaalf"). Combineren met een bal erbij maakt het nog gekker.
6. Ritme- en klapspel
Dit werkt het best met twee. Je klapt samen in een vast ritme: twee keer op je dijen, twee keer in je handen, en bij elke tel zeg je de volgende stap van de tafel. "Vier, acht, twaalf, zestien." Raak je uit de maat? Opnieuw beginnen. Voor kinderen die meer auditief leren is dit een goudmijn. Op de achterbank van de auto is het bovendien een prima manier om een file door te komen.
7. Bal in de rondte
In de tuin, op het schoolplein of gewoon in de gang: gooi de bal over en roep een som. Je kind vangt, zegt het antwoord en gooit terug met een nieuwe som. Een minuut doorspelen is al genoeg om een tafel een paar keer rond te krijgen. Variant: noem een tafel ("tafel van 7") en laat je kind hardop alle antwoorden opratelen terwijl je stuitert of dribbelt met de bal.
Papier, printables en beeldscherm
8. Bingo met tafels
Maak bingokaartjes met antwoorden erop in willekeurige volgorde, bijvoorbeeld alleen antwoorden uit de tafels van 3, 4 en 6. Jij roept de sommen ("drie keer acht!") en je kind streept het antwoord door. Vol = bingo, met een prijs van een koekje of een avondje wie-kiest-de-film. Dit is ook een topper om met broertjes en zusjes samen te doen, omdat iedereen op zijn eigen niveau meedoet.
9. Tafel-battleships op ruitjespapier
Pak een vel ruitjespapier en zet langs de bovenkant de getallen 1 tot en met 10, langs de zijkant nog eens 1 tot en met 10. Je kind tekent stiekem drie schepen in het rooster. Om de beurt noem je een coรถrdinaat ("zes bij zeven") en zeg je tegelijk het antwoord ("is 42!"). Goed antwoord รฉn raak? Dubbele jubel. Deze werkt het best voor kinderen van groep 5 en hoger die de tafels al een beetje kennen en er sneller mee willen worden. Heb je liever een kant-en-klare versie? In het overzicht met werkbladen en printables voor de tafels staan genoeg varianten om uit te kiezen.
10. Digitale leerspelletjes
Soms wil je kind gewoon even achter een scherm, en dat is prima. Er zijn volop online leerspelletjes voor tafels en rekenen die precies dat doen wat jij nu even niet hoeft te verzinnen: vragen stellen, punten geven, een nieuw level openen. Tien tot vijftien minuten werkt prima, langer meestal niet. Wissel het af met iets analoogs zoals de dobbelsteen-race, dan blijft het scherm nieuw en spannend in plaats van sleets.
Merk je dat oefenen toch telkens stroef loopt of in tranen eindigt? Dan helpt het om even een stap terug te doen en te lezen hoe je de tafels oefent zonder stress thuis, zodat een leuke sessie ook leuk blijft.