Woensdagmiddag, half drie. Het schrift ligt open, tafel van 6 staart terug. Je kind zucht alsof je net gevraagd hebt om de vaatwasser uit te laden รฉn de kat te borstelen. Jij denkt: dit zou toch in tien minuten klaar moeten zijn? En een kwartier later zitten jullie er nog, allebei een beetje chagrijnig, en is 6 keer 7 nog steeds een raadsel.
Tafels oefenen hoeft niet zo te lopen. Het hoeft ook niet elke dag een half uur. Met een paar kleine aanpassingen in hoe, waar en wanneer je het doet, wordt het minder een klus en meer iets wat er gewoon even bij hoort. Hieronder staat hoe je dat voor elkaar krijgt, zonder dat je leraar hoeft te zijn of een glimmende werkvorm uit je mouw hoeft te schudden.
Waarom tafels oefenen vaak stroef voelt
Tafels zijn voor de meeste kinderen de eerste keer dat ze iets รฉcht uit het hoofd moeten leren. Niet begrijpen, niet uitrekenen, maar onthouden. Dat is een ander soort denken dan ze gewend zijn, en het vraagt herhaling. Herhaling voelt saai. En wat saai voelt, wordt vermeden.
Voor jou als ouder komt daar nog iets bij: je weet de tafels al. Je voelt als het tien seconden duurt voor je kind 4 keer 8 zegt, terwijl dat voor hem of haar een flinke rekenklus is. Dat verschil in tempo maakt dat je sneller geneigd bent om te souffleren, voor te zeggen of licht gefrustreerd te zuchten. Je kind voelt dat meteen. En dan wordt het helemaal geen feest.
De oplossing zit niet in harder oefenen. Ze zit in anders oefenen, en in kortere rondes. Een kind dat drie keer per week vijf minuten speelt met de tafel van 6, kent die tafel sneller dan een kind dat รฉรฉn keer per week een heel werkblad doet.
Maak het speelser: dobbelstenen, kaarten en flitskaarten
Bijna elk tafelmoment wordt leuker zodra er iets te gooien, schudden of keren valt. Pak twee dobbelstenen, laat je kind allebei gooien en de uitkomsten vermenigvuldigen. Gooit hij een 4 en een 7? Dan is het antwoord 28. Punt erbij, volgende worp. Dit werkt ook prima met een ouder broertje of zusje aan tafel, en je kunt het zo lang spelen als jullie zin hebben.
Kaartspelletjes werken net zo goed. Haal de plaatjes eruit, houd de cijfers รฉรฉn tot en met tien, en speel "hoogste product wint": ieder trekt twee kaarten, vermenigvuldigt ze, en wie het hoogst uitkomt pakt de stapel. Flitskaarten zijn ook niet dood: schrijf sommen op een paar strookjes papier, leg ze omgekeerd op tafel, draai ze รฉรฉn voor รฉรฉn om en stopwatch erbij als je kind van snelheid houdt. Voor meer uitgewerkte ideeรซn staan er op onze site een hoop leuke spelletjes om de tafels te oefenen, van dobbelen tot rennen door de gang.
Oefen in kleine stukjes, niet twintig minuten achter elkaar
Veel ouders proberen tafels te koppelen aan een vast moment: na school, voor het avondeten, liefst een kwartier. Het probleem: na school zijn kinderen vaak leeg, en voor het avondeten ook. Hun concentratiespanning voor iets saais als uit het hoofd leren is op die momenten ongeveer vijf minuten. Zet je er tien op, dan gaat de laatste vijf meestal verloren aan ruziemaken.
Kies liever drie korte momenten per week dan รฉรฉn lange. Vijf minuten terwijl de pasta kookt. Drie minuten in de auto voor de rode stoplichten. Twee minuten op de bank voordat het tandenpoetsen begint. Het klinkt te weinig, maar herhaling in kleine stukjes blijft veel beter hangen dan รฉรฉn lange sessie. Hoe je dat zonder gedoe voor elkaar krijgt, staat uitgebreider in deze uitleg over tafels oefenen zonder stress.
Onderweg oefenen: auto, fiets, tandenpoetsen
De beste oefenmomenten zijn vaak de momenten waarop je kind niet doorheeft dat hij aan het oefenen is. De achterbank van de auto is daar de klassieker van. "Ik noem een som, jij antwoordt, en als je fout zit, noem ik 'm nog een keer." Geen schrift, geen gedoe, gewoon tussen twee rotondes door.
De fietstocht naar school werkt ook. Rij naast elkaar als het kan, en vraag om beurt: hij een som aan jou, jij een som aan hem. Kinderen vinden het meestal leuk om ook jou aan het werk te zetten, zeker als je af en toe doet alsof je moet nadenken over 3 keer 4. Bij het tandenpoetsen hang je een A4'tje met de tafel van die week naast de spiegel. Twee minuten poetsen is precies genoeg om de hele tafel een paar keer te lezen. Na twee weken hangt er een volgende.
Wat deze momenten gemeen hebben: er zit geen prestatiedruk op. Er is geen tafel-toets die eraan hangt, geen schrift waar een fout ingaat. Juist daarom onthouden kinderen deze herhalingen beter dan de officiรซle oefenmomenten.
Thuis met werkbladen en printables
Soms wil een kind gewoon zitten en iets invullen. Een werkblad is dan ideaal, mits het kort is en er een streep onder komt zodra het klaar is. Tien sommen op een blaadje, pen erbij, klaar binnen zeven minuten. Langer hoeft niet, korter mag.
Onze werkbladen voor kinderen staan per onderwerp en per groep bij elkaar, dus je hoeft niet zelf sommen te verzinnen. Voor tafels specifiek is er een aparte uitleg over werken met tafel-printables, met tips over welke soort blad bij welk stadium van leren past. Begin bij eenvoudige rijsommen (2 keer 1, 2 keer 2, 2 keer 3, enzovoorts), ga daarna pas over op door elkaar. Door elkaar oefenen is moeilijker en hoort pas nadat een tafel op volgorde soepel loopt.
Wanneer leren kinderen op school de tafels
In Nederland begint het serieuze tafelwerk meestal in groep 4 met de tafels van 1, 2, 5 en 10. In groep 5 komen 3, 4, 6, 7, 8 en 9 erbij. In groep 6 worden ze geautomatiseerd, wat wil zeggen dat het antwoord eruit moet rollen zonder nadenken. Vlaanderen loopt daar grofweg gelijk mee.
Maak je dus geen zorgen als je kind halverwege groep 4 nog stukken heeft waar het om nadenkt. Dat hoort. Meer over het tempo waarin kinderen de tafels onder de knie krijgen staat in een apart artikel, met wat je per groep ongeveer kunt verwachten. Ga daar niet strenger mee om dan school: als school nog niet eist dat alles vloeiend zit, hoef jij dat thuis ook niet op te leggen.
Wat werkt bij het ene kind werkt niet bij het andere
Sommige kinderen leren tafels door ze op te zeggen als een liedje, anderen moeten ze zien staan, en weer anderen hebben het nodig dat ze in beweging zijn: springtouw, trap op en af, balletje overgooien met een som erbij. Als iets na drie weken niet blijkt te werken, is de kans groot dat de vorm niet past, niet dat je kind "er niet goed in is".
Probeer bewust een paar verschillende dingen. Een week met kaartspelletjes, een week met flitskaarten aan de muur, een week met sommen op de achterbank. Let op wanneer je kind het minst tegenspreekt en het meest doorgaat uit zichzelf. Dat is meestal de vorm waar je op kunt bouwen. Daarnaast helpt variatie ook als het al goed gaat: zelfs een kind dat prima meekomt, raakt sneller op als elke week precies hetzelfde werkblad op tafel ligt.
Voor wat specifieke hulp aan een kind dat het thuis moeilijk vindt, hebben we een eigen artikel over je kind thuis helpen met de tafels, met name over hoe je het doet zonder dat het ruzie wordt. En als je tussendoor gewoon iets anders wilt pakken, zijn er op de site genoeg spelletjes voor kinderen die niets met rekenen te maken hebben. Een tafel-pauze mag ook gewoon een echte pauze zijn.